Als ik een bloem zou zijn,
zou ik best willen dat je mij plukte.
Dan zou je mij in een mooie vaas zetten,
wie weet zou je mij zelfs drogen,
voelde me dan bijzonder,
voelde me dan geborgen,
veilig in een map.
Maar als je mij nu niet meer mooi vindt,
zou je mij weggooien als mijn blaadjes dor werden?
Of omdat mijn kleuren waren vervaagd.
Mij niet langer aantrekkelijk vindt,
mijn specifieke geur niet meer zou ruiken,
opgeborgen zou ik worden tussen het compost.
Nee doe dan toch maar niet, laat mij hier maar fijn staan,
In de zonneschijn, de regen en s”avonds de maan.
Skar.